Deze website maakt gebruik van cookies. Meer informatie

Over pronatie en overpronatie bij hardlopers

Er is geen voetbeweging die zo veel aandacht krijgt van hardlopers als de pronatie. Wanneer tijdens een loopanalyse in een hardloopspeciaalzaak de ene voet meer blijkt te proneren dan de andere, is dit aanleiding tot het adviseren van antipronatieschoenen. Een overmatige pronatiebeweging van de voet zou immers leiden tot blessures.
In dit artikel vertel ik je wat pronatie is, of het wel of niet een normale beweging is, en hoe deze beweging zich verhoudt tot blessures.

Pronatie van de voet

Pronatie is de beweging waarbij de binnenkant van je voet, je voetboog, inzakt. Je voet wordt daarbij platter. Het is een normale beweging van de voet die plaatsvindt tijdens de standfase van het wandelen en hardlopen. Deze beweging heeft een aantal belangrijke functies:
  • Schokdemping tijdens de landing;
  • Het opslaan van energie in de peesplaat, die weer vrijkomt tijdens de afzet (energiezuinig lopen);
  • Het verplaatsen van ons zwaartepunt van de buitenrand van onze voet naar binnen, richting de grote teen voor de afzet.

Overpronatie en hardloopblessures

Een teveel aan pronatie, overpronatie genaamd, wordt vaak geassocieerd met allerlei hardloopblessures. Sportarts Steef Bredeweg toonde in 2014 al aan dat de mate van pronatie geen verband houdt met het risico op een blessure.1 Voor zijn proefschrift verzamelde hij alle wetenschappelijke onderzoeken op dit gebied, en vergeleek deze onderzoeken op kwaliteit en uitkomsten. Wat bleek?
  • Een verschil in pronatie tussen de linker en rechter voet is normaal;
  • Mensen met een blessure vertonen niet méér pronatie dan gezonde lopers;
  • Er wordt geen verschil gevonden in de mate van pronatie tussen het geblesseerde been en het niet-geblesseerde been.

Dat de ene voet meer proneert dan de andere, is dus net zo normaal als dat je met de ene hand een bal verder weg kan gooien dan met de andere hand. En mensen met veel pronatie in hun voet kunnen net zo goed geblesseerd raken als mensen met weinig pronatie.

De functionele misvatting bij overpronatie

Er wordt over het algemeen vanuit gegaan dat overpronatie veroorzaakt wordt door een vergrote lenigheid van de middenvoet, als gevolg van zwakte van banden of spieren die de voetboog stabiliseren. De voetboog zakt daardoor te veel in bij belasting van de voet in de standfase.
Hoewel zwakte van met name de kleine voetspiertjes een verklaring zou kunnen zijn (de kleine voetspiertjes zijn bij de meeste Westerse mensen verzwakt als gevolg van het dragen van schoenen en/of steunzolen), is er juist een andere verklaring voor een "op het oog" overpronatie. Namelijk: een te stijf onderste spronggewricht.2

Anatomie van de enkelgewrichten

Onze enkel bestaat uit 2 gewrichten: het bovenste- en het onderste spronggewricht. Het bovenste wordt gevormd door het onderbeen (kuit- en scheenbeen, fibula en tibia) en het sprongbeen (talus).

Het onderste spronggewricht is een complexer gewricht en wordt gevormd door maar liefst 4 botten: het sprongbeen, het hielbeen (calcaneus), het kubusvormige beentje (cuboid) en het scheepsvormige beentje (naviculare). Deze botten vormen 3 afzonderlijke gewrichten (talus-calcaneus, calcaneus-cuboid en talus-naviculare), maar dit complex gedraagt zich als één samengesteld gewricht: het onderste spronggewricht.

Dat betekent dat wanneer er in één van de afzonderlijke gewrichten bewogen wordt, de andere gewrichten moeten meebewegen. Dat betekent ook dat wanneer er één gewricht beperkt beweegt, het hele complex beperkt is.3
Bewegingsassen enkelgewrichten
Afbeelding 1. De bewegingsassen van het bovenste- en onderste spronggewricht.2

Bewegingen in de enkelgewrichten

Gewrichten bewegen om onzichtbare assen. Deze bewegingsassen worden gevormd door de banden rond onze gewrichten. De banden sturen dus de bewegingen in onze gewrichten. En spieren zetten die beweging in (of remmen ze af).4

De bewegingsassen van het bovenste- en onderste spronggewricht hebben een sterk driedimensionale oriëntatie (zie afbeelding 1).2 Hiervoor is het zo dat we ons onderbeen niet zuiver naar voren kunnen bewegen in het bovenste spronggewricht, maar dat het onderbeen daarbij ook wat naar buiten moet bewegen (zie afbeelding 2a).
Dat zou betekenen dat we altijd met O-benen zouden lopen (afbeelding 2b). Toch lukt het ons wel om onze knieën recht vooruit te bewegen bij bv. een squat, lunge, of tijdens het lopen. Dat komt doordat er tegelijkertijd ook in het onderste spronggewricht bewogen wordt. De talus roteert namelijk naar binnen ten opzicht van de calcaneus én het naviculare. Hierdoor komt de bewegingas van het bovenste spronggewricht horizontaal te liggen, en kan er recht vooruit bewogen worden door het onderbeen (afbeeldingen 2c en d).
Invloed asrichting enkel op voetafwikkeling
Afbeelding 2. De invloed van de asichting van het bovenste spronggewricht op de voetafwikkeling.

Overpronatie bij een stijf onderste spronggewricht

Stel je nu voor dat er een bewegingsbeperking aanwezig is in het gewricht tussen talus en naviculare. Om recht vooruit te kunnen bewegen, dient de talus weer naar binnen te roteren. In het onderste spronggewricht lukt dit nu niet meer volledig. Er zijn dan compensaties nodig ergens anders. De as van het bovenste spronggewricht kan nu alleen nog naar horizontaal komen te liggen wanneer er extra wordt ingezakt in de voetboog (afbeelding 3).
Koes compensatie overpronatie
Afbeelding 3. Compensaties in de middenvoet bij een bewegingsbeperking in het onderste spronggewricht.2
a. Bovenaanzicht linker voet. Uitgangspositie. het hielbeen(1) en de bal van de voet(2) staan vast op de grond.
b. Binnenwaartse rotatie van de talus t.o.v. het hielbeen in een ongestoorde situatie.
c. Beperkt gewricht tussen talus en naviculare. De talus wil desondanks binnenwaarts roteren.
d. Doorgaande rotatie van de talus neemt alle botstukken van het onderste spronggewricht mee in de beweging. De binnenrand van de voet bocht uit. Er lijkt sprake van overpronatie in de voetboog.

En zo kan het dus lijken dat er geen controle is vanuit de spieren of de banden van de voetboog. Maar het is de beperking in een ander gewricht (het onderste spronggewricht) die leidt tot extra pronatie in de voet, en het daarmee verder inzakken van de voetboog.
Dit is een perfect voorbeeld van hoe stijfheid in een gewricht altijd wint!

De oplossing voor dit probleem is dus niet een antipronatieschoen of steunzool, maar het weer soepeler maken van het onderste spronggewricht.

Overpronatie en de antipronatieschoen: kniepijn of heupklachten?

Het hierboven geschetste probleem leidt dus tot noodzakelijke compensaties tijdens het lopen. De afwikkeling recht vooruit zal extra beweging vragen ter hoogte van de voetboog. Het ondersteunen van de voetboog met een antipronatieschoen of een inlegzool, voorkomt het inzakken van de voetboog, en belemmert daarmee een belangrijke compensatiemogelijkheid. Er zal daardoor meer over de binnenrand van de schoen gekanteld moeten worden, wat kan leiden tot geforceerde bewegingen in de knie, en daarmee leiden tot kniepijn (runners knee).

Een andere compensatie kan zijn dat de voet als geheel geroteerd wordt over de bal van de voet (pivoteren). Deze beweging zal extra moeten worden aangestuurd door de spieren rond de heup.
Bij deze manier van compenseren wordt vaak een grotere slijtplek gevonden aan de onderkant van de schoen, waar de bal van de voet zich bevindt.

Mijn advies

Laat bij hardloopblessures een gespecialiseerde fysiotherapeut zoeken naar de ware oorzaak van je klachten. Stijve gewrichten leiden altijd tot noodzakelijke compensaties, welke uiteindelijk kunnen uitmonden in blessures. Een antipronatieschoen of corrigerende zool maken het probleem alleen maar groter.

Onder aan deze pagina geef ik mijn 3 meest gegeven tips voor soepele voetgewrichten GRATIS weg. Ben jij een wandelaar of hardloper? Doe er dan zeker je voordeel mee!
Literatuur
  1. Bredeweg S. Running related injuries: The effect of a preconditioning program and biomechanical risk factors. [S.l.]: s.n., 2014. 183 p.
  2. Koes EW. Over pronatie en overpronatie. Versus Tijdschr v Fysioth. 2002;3:146-59
  3. Huson A. Een ontleedkundig-functioneel onderzoek naar de voetwortel (diss.). Rijksuniversiteit Leiden. 1961
  4. Riezebos C. De bewegingsbeperking: collageen bindweefsel en mobilisatie. Versus Tijdschr v Fysioth. 2006;4:159-84
3 tips voor soepele voeten!
Download hier gratis mijn 3 meest gegeven tips voor soepele voetgewrichten, en voorkom blessures tijdens het wandelen en hardlopen.
Please enable javascript to use this contact form.
downloaden
Recent
Metatarsalgie pijn onder de voorvoet
Metatarsalgie betekent letterlijk ''pijn in de voorvoet''. De term wordt daardoor vaak gebruikt voor alle vormen van voorvoetpijn, en is daardoor een soort containerbegrip. Er wordt vooral gesproken van metatarsalgie wanneer de pijn zich onder de kopjes van het 2e, 3e en/of 4e middenvoetsbeentje bevindt. In dit artikel zet ik uiteen wat er vanuit de wetenschappelijke literatuur bekend is voor metatarsalgie, en hoe ik mensen met voorvoetpijn onderzoek en behandel.
De relatie tussen fasciitis plantaris en hallux valgus
De fascia plantaris (de peesplaat onder de voet) en de grote teen zijn anatomisch en functioneel met elkaar verbonden. Fasciitis plantaris of ''hielspoor'' (of liever fasciopathie plantaris) en hallux valgus (een scheve grote teen) zijn vaak voorkomende voetklachten. Uit een recente studie blijken deze twee aandoeningen ook nog eens sterk met elkaar te maken te hebben.
Gebroken enkel of voet 5 testen om zelf te doen
Bij 33% van de enkelblessures die zich melden bij de spoedeisende hulp, blijkt het te gaan om een breuk. Om onnodige blootstelling aan röntgenstraling te vermijden, bestaat er een accurate manier om zelf te beoordelen of er wel of geen breuk aanwezig is na een val of verzwikking. In dit artikel lees je hoe je zelf een breuk kunt uitsluiten.
Wat kan een 5d loopanalyse voor een hardloper betekenen
Voetnoot 9
Als hardloper wil je naast genieten natuurlijk ook zo lang mogelijk blessurevrij lopen. Hoewel er al heel veel wetenschappelijk onderzoek is gedaan naar allerlei factoren, blijken er maar twee oorzaken echt ertoe te doen: het te snel opvoeren van de loopafstand, en een eerdere blessure hebben gehad. Een 5D hardloopanalyse kan bij beide factoren een belangrijke meerwaarde leveren om zo lang mogelijk blessurevrij te lopen. Welke pluspunten dat zijn, lees je in dit artikel.
Platvoeten bij kinderen
Wanneer een kind platvoeten lijkt te hebben, is dit vaak een punt van bezorgdheid bij de ouders. Ouders melden zich bij de huisarts of fysiotherapeut met de vraag of hun kind steunzolen nodig heeft, en er wordt belang gehecht aan het dragen van ''goede schoenen''.
In dit artikel geef ik antwoord op vragen als ''Zijn platvoeten bij kinderen slecht?'', ''Leiden platvoeten tot klachten op latere leeftijd?'', en ''Hebben kinderen met platvoeten steunzolen nodig?''.
Bewegingsbeperking van het bovenste spronggewricht
Een soepel bewegend enkelgewricht is van belang voor een goed looppatroon. Veel mensen hebben echter een stijve enkel, vaak door een eerder meegemaakte enkelverzwikking. Stijfheid van het enkelgewricht wordt gezien als risicofactor voor meerdere klachtenbeelden, zoals hielpijn. Hoe een beperkt bovenste sprongewricht vraagt om compenseren, en hoe het leidt tot andere klachten, lees je in dit artikel.
12...4