Deze website maakt gebruik van cookies. Meer informatie

De 6 meest voorkomende blessures bij wielrennen

Wielrennen is niet zo'n blessuregevoelige sport als bijvoorbeeld voetbal en hardlopen. Toch zijn er genoeg wielrenners die zich vanwege verschillende blessures melden bij een arts of fysiotherapeut. Deze klachten kunnen globaal verdeeld worden in twee groepen: traumatisch en niet-traumatisch. In dit artikel geef ik je een overzicht van de 6 bekendste wielrenblessures, en probeer ik waar mogelijk aan te geven wat de oplossing is, of hoe je ze kunt voorkomen.

Traumatische blessures bij wielrennen

De meeste blessures bij wielrennen ontstaan door een val. In 2013 werden er 3800 wielrenners behandeld op de spoedeisende hulp (SEH). Meestal gaat het hierbij een breuk van de schouder of het sleutelbeen. Bij 25% is er sprake van hoofdletsel.
Bij een gemiddelde sportblessure wordt 6% opgenomen in het ziekenhuis. Bij wielrenners moet bijna een kwart(!) van de SEH-bezoekers worden opgenomen. De laatste jaren neemt het aantal wielrenblessures toe.1

Niet-traumatische blessures bij wielrenners

Ongeveert 85% van de fietsers krijgt te maken met een niet-traumatische blessure.2 De 6 meest voorkomende blessures zijn:
  1. Kniepijn;
  2. Pijn in de bovenrug, nek en schouders;
  3. Pols- en handklachten;
  4. Zadelpijn;
  5. Lage rugpijn;
  6. Voetklachten.

1. Kniepijn bij wielrennen

Gemiddeld 21 tot 65% van alle fietsblessures betreft kniepijn, meestal rond de knieschijf of aan de buitenzijde van de knie (het zogenaamde Tractus Iliotibialis Frictie Syndroom).2-4 De twee belangrijkste oorzaken hiervan die worden aangegeven in de literatuur zijn de afstelling van de fiets (in het bijzonder de positie van het zadel) en overtraining (intensiteit en volume, oftewel "te vaak, te ver".2

Een aanpassing van de hoogte en de voor-/achterwaartse positie van het zadel heeft invloed op de kniehoek in de verschillende trapperposities. Tevens verandert daarmee de positie van de knie ten opzichte van de trapas, wat invloed heeft op de krachten die aankomen op de knie.2 Met een juiste afstelling van de wielrenfiets kunnen de krachten op de knie verminderd worden, waardoor er minder kans is op kniepijn. Uiteraard kunnen met een goede zadelpositie ook knieklachten voorkómen worden.

2. Pijn in de bovenrug, nek en schouders

Negen tot 66% van de niet-traumatische fietsblessures betreft pijnklachten in de bovenrug en nek-schouderregio.2 De oorzaak daarvan zou gelegen zijn in compressie op zenuwen als gevolg van het langdurig aanspannen van de nek-schouderspieren. Het lijkt echter logischer dat de pijn veroorzaakt wordt door oververmoeidheid van de genoemde spieren door het langdurig in dezelfde houding zitten. Daarnaast kunnen bewegingsbeperkingen in dit gebied pijnklachten veroorzaken, vooral wanneer de wielrenner langdurig die gewrichten in de uiterste gewrichtsstanden heeft staan.

Naast het manueeltherapeutisch behandelen van de eventueel aanwezige bewegingsbeperkingen, kan een aanpassing van de afstand tussen het stuur en het zadel ontspanning bieden aan dit lichaamsgebied.2,3

3. Hand- en polsklachten

Zo'n 10 tot 70% van alle fietsblessures betreft hand- en polsklachten.2 Deze klachten worden vooral veroorzaakt door druk op de polszenuwen tijdens lange ritten.(2) Ook hier kunnen de klachten veroorzaakt worden door onvoldoende lenigheid in het polsgewricht. Wanneer deze lenigheid van nature beperkt is, heeft behandeling weinig zin, en zal gekeken moeten worden of een aanpassing van de houding op de fiets verlichting brengt.

Veel afwisselen van de grip, zoals afwisselend de handen op het stuur en de handle bars leggen, kan deze klachten voorkomen. Dit is eigenlijk altijd voor iedere fietser aan te bevelen. Daarnaast kunnen handschoenen en een extra dik stuurlint de druk op de polsen verminderen.3
Door het stuur te verhogen, of door het stuur dichter naar het zadel te brengen, wordt de druk op de polsen ook minder. Omdat dit weer invloed heeft op andere delen van het lichaam, is het tijdens een dynamische fietspositieanalyse (bikefitting) van belang om het totaalplaatje te overzien.
Jonny kennaugh npotzvglyw0 unsplash

4. Zadelpijn

Pijn aan het zitvlak is een kwaal die vrijwel elke fietser wel kent. Het betreft 42-64% van de niet-traumatische fietsblessures, en is goed te voorkomen door o.a. het gebruik van goede fietskleding, een ander zadel of de juiste hygiëne (wassen kleding, NIET scheren in het zadelgebied). Op sportzorg.nl is een prima overzichtsartikel te vinden over dit onderwerp.6

5. Lage rugpijn bij wielrenners

In 30 tot 75% van de gevallen betreft de fietsblessure pijn in de lage rug. Oorzaken die worden aangegeven zijn het ontwikkelen van een hernia, en verminderde activiteit van de rugstrekkers. Als achterliggend mechanisme worden een te grote afstand tussen stuur en zadel, en een te grote kanteling van het zadel gezien.2 Deze mechanismen zijn onderdeel van de bikefitting, en worden als zodanig geanalyseerd, en indien gewenst aangepast. Niettemin zijn ook bij lage rugpijn, net als bij pijn in de bovenrug en schouderregio, spiervermoeidheid en bewegingsbeperkingen in de wervelgewrichten mogelijk de oorzaak van klachten tijdens het wielrennen. Dat maakt het fysiotherapeutisch onderzoek, gekoppeld aan de bikefitting, zeer waardevol en onmisbaar.

6. Voetklachten

Hoe vaak wielrenners te maken krijgen met voetklachten is niet bekend, maar dat het een veel voorkomende klacht is, is zeker. Vaak bestaan deze klachten uit gevoelloosheid en tintelingen in de voeten. De oorzaak ligt vaak in afklemming van bloedvaten en zenuwen in de voeten door knellende schoenen. Een goede pasvorm is daarom van groot belang. Er wordt nogal eens met steunzolen gewerkt of met zogenaamde wedges (wigjes), wanneer er sprake zou zijn van een afwijkende voetstand.3 Het is naar mijn mening echter niet zo dat de voet afwijkt van een of andere norm, maar dat de mobiliteit in de enkel, voet of knie niet voldoende is om zich aan te passen aan de vastliggende bewegingen die de fiets onze gewrichten oplegt.

ADVIES VAN DE GANGMAKERIJ

  • Heb je klachten tijdens het wielrennen?
  • Of wil je juist een fietsblessure voorkomen?
Laat mij een bikefitting bij je doen. Kom achter de oorzaak van je klachten, én laat ze direct oplossen door kleine gerichte aanpassingen aan je fiets. Heb je nog vragen na het lezen van dit artikel? Neem dan gerust contact met me op. Ik help je graag verder.
Literatuur
  1. Letsel Informatie Systeem 2013, VeiligheidNL; Ongevallen en Bewegen in Nederland 2009-2013, VeiligheidNL; Letsellastmodel 2013, VeiligheidNL i.s.m. Erasmus Medisch Centrum
  2. Bini RR, Di Alencar TA. Non-traumatic injuries in cycling. In: Bini RR, Carpes FP. Biomechanics of cycling. Brazil: Springer; 2014: p.53-60
  3. Achterberg E, Vroemen G. Fietsblessures van hoofd tot teen. Wielerland Magazine. 2011 sept;(9):70-71
  4. Clarsen B, Krosshaug T, Bahr R. Overuse injuries in professional road cyclists. Am J Sports Med. 2010 Dec;38(12):2494-501
  5. De Schutter G. The expert view on bicycling injuries. In: Glaudemans A et al. Nuclear medicine and radiologic imaging in sports injuries. Berlin: Springer-Verlag; 2015: p.1056-70
  6. Achterberg E. Fietsblessures; zadelpijn. Wielerland Magazine. 2011 aug;(8):28-29
Recent
De relatie tussen fasciitis plantaris en hallux valgus
De fascia plantaris (de peesplaat onder de voet) en de grote teen zijn anatomisch en functioneel met elkaar verbonden. Fasciitis plantaris of ''hielspoor'' (of liever fasciopathie plantaris) en hallux valgus (een scheve grote teen) zijn vaak voorkomende voetklachten. Uit een recente studie blijken deze twee aandoeningen ook nog eens sterk met elkaar te maken te hebben.
Gebroken enkel of voet 5 testen om zelf te doen
Bij 33% van de enkelblessures die zich melden bij de spoedeisende hulp, blijkt het te gaan om een breuk. Om onnodige blootstelling aan röntgenstraling te vermijden, bestaat er een accurate manier om zelf te beoordelen of er wel of geen breuk aanwezig is na een val of verzwikking. In dit artikel lees je hoe je zelf een breuk kunt uitsluiten.
Wat kan een 5d loopanalyse voor een hardloper betekenen
Voetnoot 9
Als hardloper wil je naast genieten natuurlijk ook zo lang mogelijk blessurevrij lopen. Hoewel er al heel veel wetenschappelijk onderzoek is gedaan naar allerlei factoren, blijken er maar twee oorzaken echt ertoe te doen: het te snel opvoeren van de loopafstand, en een eerdere blessure hebben gehad. Een 5D hardloopanalyse kan bij beide factoren een belangrijke meerwaarde leveren om zo lang mogelijk blessurevrij te lopen. Welke pluspunten dat zijn, lees je in dit artikel.
Platvoeten bij kinderen
Wanneer een kind platvoeten lijkt te hebben, is dit vaak een punt van bezorgdheid bij de ouders. Ouders melden zich bij de huisarts of fysiotherapeut met de vraag of hun kind steunzolen nodig heeft, en er wordt belang gehecht aan het dragen van ''goede schoenen''.
In dit artikel geef ik antwoord op vragen als ''Zijn platvoeten bij kinderen slecht?'', ''Leiden platvoeten tot klachten op latere leeftijd?'', en ''Hebben kinderen met platvoeten steunzolen nodig?''.
Bewegingsbeperking van het bovenste spronggewricht
Een soepel bewegend enkelgewricht is van belang voor een goed looppatroon. Veel mensen hebben echter een stijve enkel, vaak door een eerder meegemaakte enkelverzwikking. Stijfheid van het enkelgewricht wordt gezien als risicofactor voor meerdere klachtenbeelden, zoals hielpijn. Hoe een beperkt bovenste sprongewricht vraagt om compenseren, en hoe het leidt tot andere klachten, lees je in dit artikel.
De 3 belangrijkste eigenschappen van de voet bij wandelen en hardlopen
Voetnoot 8
Onze voeten vormen de basis van ons lichaam, het fundament. Wanneer het fundament niet goed functioneert, wankelt het bouwwerk dat steunt op het fundament. Dat geldt ook voor ons lijf. Wanneer onze voeten niet hun normale functie vervullen, leidt dit tot problemen tot ver in het lichaam. Om klachten van onze voeten of een ander lichaamsdeel tijdens het wandelen en hardlopen te begrijpen en te kunnen oplossen, is het belangrijk dat we snappen wat de normale functie van onze voeten is.
12...4